Kampus probeert uit te groeien tot echte stad
Op vakantie in Louvain-la-Neuve
Dit jaar viert de Leuvense universiteit niet alleen haar eigen
575-jarig bestaan maar ook de dertigste verjaardag van haar gescheiden
siamese tweelingszus, de Université Catholique de Louvain. Hoewel
de UCL een aantal gewoontes meenam naar het Waals-Brabantse Ottignies, is
er op dertig jaar tijd toch een totaal verschillende sfeer
ontstaan.
In de Middeleeuwen kon enkel de paus een universiteit oprichten. Op vraag
van de stad Leuven en hertog Jan IV van Brabant stichtte paus Martinus V
op 9 december 1425 de Leuvense Universiteit als een van de eerste van
Europa. Na eeuwen ontwikkeling met hoogtes en laagtes bereikten in de
jaren zestig de spanningen tussen Vlamingen en Walen een hoogtepunt. De
slogan "Walen buiten" werd werkelijkheid in 1968 met de opsplitsing van
de Leuvense universiteit. Twee jaar later kregen de Nederlandstalige KU
Leuven en de Franstalige UCL bij wet zelfstandigheid.
Beide universiteiten hebben echter nog tal van gemeenschappelijke
gebruiken. Zo heet een studentenkamer er ook een kot en kan je
gaan sporten in Le Sportkot. Bovendien gebruikt de UCL hetzelfde
logo en dezelfde blauwe kleur als de KU Leuven en wordt het het
patroonsfeest gelijktijdig gevierd. Ieder jaar pendelt kardinaal Danneels
na de eucharistieviering in Leuven naar Louvain-la-Neuve om ook daar voor
te gaan. Dit jaar kent de UCL eredoktoraten toe aan mevrouw Gro Harlem
Brundtland en aan de politici Lionel Jospin en Romano Prodi. Hoewel ze
eigenlijk nog maar een goede dertig jaar bestaat, viert ook de UCL dit
jaar haar 575ste verjaardag, deels in samenwerking met de Leuvense
zus.
Hijskranen
Doordat de KU Leuven na de splitsing alle gebouwen en infrastruktuur
erfde, stonden de Franstalige professoren voor een loodzware opdracht:
vanuit het niets een volledige universiteit opbouwen. De keuze viel op
een terrein van negenhonderd hektare in de buurt van de Waals-Brabantse
gemeente Ottignies. De professoren Michel Woitrin en Raymond Lemaire
worden beschouwd als de stichters van de nieuwe stad die de naam
Louvain-la-Neuve meekreeg.
Koning Boudewijn mocht in 1971 met de eerstesteenlegging de
bouwwerken starten. Zeven jaar later was de hoofdbrok van de site af en
waren alle fakulteiten overgeplaatst, behalve die van geneeskunde, die
gevestigd werd in Woluwe. Anno 2000 zijn de hijskranen nog steeds niet
verdwenen: de uitbreiding van Louvain-la-Neuve gaat verder. Momenteel
worden er extra voorzieningen zoals een shopping center aangelegd om van
de stad een echte aantrekkingspool voor de hele omgeving te maken.
Ondanks alle inspanningen lijkt de site meer op een artificieel
aangelegd vakantiedorp dan op een stad. Vanuit het station van
Louvain-la-Neuve kom je terecht in straatjes die het best te vergelijken
zijn met Main Street in Disneyland: parkeergarages vormen het fundament
van de stad. Het dak van de garages vormt een plato met gelijksoortige
gebouwen in ski-oordstijl omgeven door betonnen voetgangerstraatjes. Op
het gelijkvloers van deze gebouwen zijn allerlei winkels, kafeetjes,
bankkantoren en andere diensten te vinden. Op de verdiepingen zijn er
afwisselend studentenkamers en appartementen voor niet-studenten.
Spookstad
Dit akademiejaar wonen er voor het eerst meer residenten
(niet-studenten) dan studenten in de stad. Deze trend is het resultaat
van de inspanningen van het stadsbestuur om van Louvain-la-Neuve een
echte stad te maken in plaats van een kampus. De universiteit vormt nog
steeds de spil maar de lagere en middelbare scholen en een hogeschool
zorgen ervoor dat het stadje ook door een ander publiek wordt bevolkt.
Een vaste bevolking is broodnodig om het gebied leefbaar te houden in de
weekends en de vakantieperiodes. Tegenwoordig is de toestand al iets
verbeterd maar enkele jaren geleden was Louvain-la-Neuve tijdens die
periodes een echte spookstad.
De universiteit is opgedeeld in tien fakulteiten en levert met
twintigduizend studenten de helft van de Waalse universitairen. Bijzonder
is dat alle lessen er beginnen en eindigen op hetzelfde tijdstip, met
gigantische mensenstromen tussen aula's en koten tot gevolg. Door de
kompatibiliteit van de uurroosters is iedereen op hetzelfde moment thuis
en wordt er meestal samen gekookt en gegeten. Hierdoor is er geen grote
behoefte aan studentenrestaurants, waar het aanbod overigens niet zo
gevarieerd is als in de Leuvense Alma's. De prijzen zijn er ook hoger en
frieten bijhalen is niet mogelijk.
Studeren in Louvain-la-Neuve is in het algemeen duurder dan in
Leuven. Voor een kot betaalt men gemiddeld negenduizend frank, het
inschrijvingsgeld bedraagt meer dan zevenentwintigduizend frank en
doordat de winkeltjes ter plaatse een monopoliepositie bekleden, zijn de
produkten er vrij duur. De studentenmentaliteit wordt er echter als
plezanter en warmer aangevoeld.
Info: http://www.ucl.ac.be
Inhoud