Stripartiesten van Frigo uiten hun grootste frustratie

"Men behandelt ons als intellektuelen!"

Avantgarde verbind je niet automatisch met het medium strip. Het is een term die je eerder associeert met klassieke kunsten: schilderkunst, literatuur. Nochtans zijn er in België twee kunstenaarskollektieven die avantgardistische strips maken, zonder zich te bekommeren om de 'vaststaande' wetten van het medium. Het Vlaamse 'Bill' kwam in Veto 15 ter sprake bij monde van Bart Schoofs. De jonge 'founding fathers' van het Franstalige 'Frigo' waren op 27 maart in Leuven ter gelegenheid van een stripcolloquium.

Dat colloquium in de Fakulteit Letteren werd georganiseerd door Jan Baetens. Baetens publiceert over strips en is een fervent sympatisant van 'Bill' en 'Frigo'. Hij had beide kollektieven dus uitgenodigd om deel te nemen aan het colloquium. Gelukkig waren de heren van 'Frigo' achteraf nog niet te murw voor een babbel over hun werk. Meer bepaald over 'Les Nébulaires', het eerste lange stripverhaal dat ze zelf hebben uitgegeven.
Veto: Op de cover van het boek staat Denis Deprez als auteur. Eén van jullie heet ook zo. Maar Jan Baetens suggereert in zijn voorwoord in het boek dat 'Denis Deprez' wel eens een kollektieve naam zou kunnen zijn. Mogen we weten wie dit boek eigenlijk gemaakt heeft?
Olivier Deprez: «(grinnikt) 'Les Nébulaires' is het werk van Denis. Omdat we elke dag met vier in het atelier werken, is er wel onrechtstreekse invloed van de andere drie natuurlijk. Maar wij hebben geen tekeningen gemaakt of geen delen van het senario geschreven. Omdat het boek in verschillende stijlen is getekend, roept het bijna vanzelf de suggestie van meerdere auteurs op. Ook de lezer zal zich enigzins in verschillende deellezers gesplitst voelen. Wat je in het werk heel sterk terugvindt is 'débordement', buiten de oevers treden. Dat willen we bereiken. Op alle nivo's. We zijn niet tevreden met wat ongewone elementen in het verhaal; het héle verhaal is ongewoon.»
Veto: In het werk valt op dat alles veranderlijk is. Er loopt bijvoorbeeld iemand rond met een vlag waarop telkens een ander beeld uit het verhaal te zien is.
Denis Deprez: «Die vlag is een spiegel van het verhaal. Ze verwijst telkens naar andere delen van het verhaal. Dat veranderlijke is typisch voor ons werk. Bij ons is alles onstabiel. Alles beweegt.»
Veto: Wie heeft jullie werk beïnvloed?
Denis: «In de stripwereld voornamelijk Breccia (legendarisch Argentijns auteur nvdr) en zijn leerlingen Sampayo en Muñoz. Raśl ook, dat is een Spaanse tekenaar.
Thierry Van Hasselt: «We hebben wel allemaal een andere stijl en dus ook andere invloeden. In de stripwereld is het misschien gemakkelijk, want daar zijn niet zo veel interessante kunstenaars. Maar in andere kunsten hebben we heel verschillende invloeden, denk ik.»
Denis: «Bij ons is een tekenstijl nooit een doel 'an sich'. Wij maken de stijl ondergeschikt aan het verhaal dat we willen vertellen. In 'Les Nébulaires' staat het genre gebeurtenissen centraal, niet de stijl.»
Olivier: «Men probeert altijd onze bronnen te zoeken in de stripwereld, maar ik denk dat je er niet zo veel kunt vinden. Behalve Breccia. Hij had begrepen dat er verbanden zijn tussen strip en schilderkunst bijvoorbeeld. Het ekspressionisme komt in zijn stripwerk soms uitdrukkelijk naar voren. Hij zag ook verbanden met de literatuur. Borges heeft een rol gespeeld in zijn werk. Wij proberen ook verbanden te leggen met andere kunstvormen. Geen 'art pour l'art', maar geëngageerd werk.»
Veto: Is 'Les Nébulaires' nog een strip in de strikte zin?
Denis: «Jawel. In de heel strikte zin. Het boek bestaat nog altijd uit getekende stroken.»
Thierry: «Van een klassieke strip verwacht je een lineair verhaal, waarin alle aanwijzingen worden gegeven om het verhaal passend te interpreteren. Maar wij werken veel liever met fragmenten.»
Veto: Het stoort jullie niet dat de lezer wel eens een andere interpretatie zou kunnen hebben dan jullie erin wilden leggen?»
Denis: «Nee, daar heb ik geen probleem mee. Natuurlijk zal de interpretatie van de lezer niet grondig verschillen van de onze. Want hij moet zijn interpretatie bouwen op de informatie die wij hem meegeven. Dus hij interpreteert een prentje op een bepaalde manier. Tien prentjes verder konstateert hij dat hij zijn interpretatie moet aanpassen, want hij krijgt nieuwe informatie. Zo wordt de lezer gedwongen om voortdurend zijn interpretatie te blijven herzien. Wij geven maar enkele parameters, de rest moet de lezer zelf doen. Daardoor zullen er evenveel versies van 'Les Nébulaires' zijn als lezers.»
Veto: Denken jullie aan de lezer als jullie je verhalen maken?
Olivier: «Je kunt de situatie een beetje vergelijken met het werk van Kafka. Dat heeft een direkte invloed op de lezer. Wij willen dat ook bereiken. We denken niet: "Nu gaan we eens een verhaal maken voor de lezers". Maar als wij werken, lezen we zelf ook ons eigen werk. En hoe meer vakkennis je verwerft, hoe kritischer je zult staan tegenover je eigen werk.»

«Mensen die ons verwijten dat we geen aandacht hebben voor de lezer, hebben het verkeerd. Wij gaan ervan uit dat iedereen zich op de een of andere manier in ons werk kan vinden. Een beetje naïef misschien, maar beter dan het mijns inziens elitaire standpunt dat het publiek onveranderlijk is en vaststaande verlangens heeft. Ik denk dat wij meer aan het publiek denken dan mensen met een kommersieel uitgangspunt.»
Veto: Waarom die andere kunstvormen?
Olivier: «We hadden ze gewoon nodig omdat we niet binnen de grenzen van de strip wilden blijven. In de schilderkunst hebben artiesten zich vragen gesteld over de metode om iets in beeld te brengen, die in de strip nog nooit gesteld zijn. Het is dus logisch dat we naar mensen als Francis Bacon zijn gaan kijken.»
Veto: Jullie werken meestal in zwart-wit. Ik vraag me af of dat om artistieke of om ekonomische redenen is. Kleurenfilms moeten voor jullie toch onbetaalbaar zijn...
Thierry: «Zwart en wit volstaan om een verhaal te vertellen: ze vormen een syntese. We willen ook niet zomaar inkleuren: als we een extra kleur gebruiken, dan moet er ook een extra betekenis in zitten.
Olivier: «In mijn werk over de rellen in Molenbeek heb ik rood gebruikt. En daar was dat funktioneel. Ik kon de hele strip vanuit het rood laten vertrekken door de konnotaties van die kleur.»
Veto: Hoe zit 'Frigo' eigenlijk in elkaar?
Thierry: «We zijn met vier. Wij drie en Vincent Fortemps. Samen hebben we een vzw. We geven het tweemaandelijkse tijdschrift 'Frigobox' en andere projekten zoals 'Les Nébulaires' uit. Anderzijds zijn wij vier ook verantwoordelijk voor de artistieke kant van 'Frigo'. Wij maken wel niet alle bijdragen voor het tijdschrift. Er zijn heel wat artiesten met wie we goede relaties hebben en die geregeld werk publiceren in ons tijdschrift. We zijn dus tegelijk uitgever en artistieke motor. Misschien ook wel politieke motor: we diskussiëren vaak over welke richting we uit willen.»
Denis: «We doen alles zelf. Van fotogravure tot het atelier poetsen.»
Veto: Hoe is 'Frigo' gestart?
Denis: «We hebben elkaar leren kennen op Sint-Lucas in Brussel.
Thierry: « Na een gezamenlijk projekt voelden we de behoefte om samen voort te werken aan andere projekten. Dat was in 1991. We hebben verschillende stadia doorlopen. We hebben nog een uitgever gehad die ons werk heel mooi uitgaf. Maar hij is op een bepaald moment gaan lopen. Hij was iedereen verschrikkelijk veel geld schuldig. Toen zijn we zelf maar met een uitgeverij begonnen.»
Veto: En kunnen jullie eraan uit?
Thierry: «Het gaat, ja. Dat wil zeggen: het is niet problematisch.»
Veto: Hebben jullie vaste kontakten met jullie geestesgenoten: Bill, L'Association,...
Thierry: «Volgens mij zijn er vier groepen die opvallend goed bij elkaar passen: Bill en Frigo in België en Amok en L'Association in Frankrijk. We begrijpen elkaar.»
Denis: «We doen wel eens iets samen.»
Veto: Voor avantgarde zijn jullie redelijk stabiel. Als jullie niet oppassen, worden jullie nog een instituut.
Thierry: «We doen alsof.»
Denis: «We moeten wel. Aan de mensen die we moeten betalen, moeten we de indruk geven heel braaf te zijn. We moeten kommersieel denken, omdat er zo weinig lezers zijn. In België hoogstens honderd, in Frankrijk hoogstens tweeduizend. Dat is erg weinig. Maar zelfs als onze onderneming financieel een flop blijkt te zijn, zal ons dat niet beletten onze tijdschriften uit te geven. Ja, we zullen dan bij Delhaize moeten gaan werken. Een beetje vervelend is dat wel. Maar we zullen zeker blijven publiceren.»
Veto: Is er in Wallonië of in Frankrijk belangstelling voor jullie projekten? In Vlaanderen kan 'Bill' genieten van vrij ruime aandacht in de pers. Steve Michiels publiceert bijvoorbeeld in De Morgen.
Denis: «In Wallonië is het erger. Men behandelt ons als intellektuelen, in de pejoratieve betekenis. Wij stellen vragen over zeer voor de hand liggende dingen en de mensen aksepteren dat niet zomaar.»
Olivier: «We hebben een eksemplaar van 'Les Nébulaires' opgestuurd naar de striprecensent van Le Soir. Hij wou het boek niet bespreken, want het was volgens hem geen strip. Hoeveel duidelijker kun je nog zijn? Zo denkt de Waalse kritiek dus over ons.»
Denis: «Ik heb de indruk dat het Nederlandstalige publiek veel meer openstaat voor wat we doen. We werken ook meer en meer met Vlamingen.»
Olivier: «Het is ondenkbaar dat men ons op dit moment zou uitnodigen voor een universitair colloquium in Wallonië. Men doet daar alsof we niet bestaan.»
Gert Meesters
'Les Nébulaires' van Denis Deprez telt 161 pagina's en kost 890 frank. Het tweemaandelijkse tijdschrift 'Frigobox' kost meestal ongeveer 300 frank. Frigo's uitgeverij heet Fréon en haar produkten zijn verkrijgbaar in de gespecialiseerde stripwinkel.

Inhoud